Behandeling

Chronische pijn is te omschrijven als lichamelijke klachten die langer dan enkele weken bestaan en waarbij, bij adequaat medisch onderzoek, geen verklaring kan worden gevonden voor de klachten. Met andere woorden: de arts vindt voor deze klachten geen duidelijke lichamelijke oorzaak die het hele klachtenpatroon verklaart. Maar het is wel te verklaren door andere factoren. Bijvoorbeeld psychosociale factoren. Lichaam, geest en omgeving zijn nooit van elkaar te scheiden en beïnvloeden elkaar wederzijds.

Bij chronische pijn betekent dit dat psychologische factoren en problemen in de sociale omgeving met de lichamelijke problemen door ziekte of weefselschade samen zorgen voor de chronische pijnklachten.

We spreken van chronische pijn als uw kind niet meer in staat is om het leven te leiden dat het gewend was. Bijvoorbeeld niet meer sporten, gaat niet meer naar school en heeft minder of geen contact met vrienden of vriendinnen. Voor de klachten is geen medische oorzaak te vinden.

Oorzaak
We gaan er vanuit dat verschillende factoren van invloed zijn op de klachten. Deze factoren bevinden zich op 3 verschillende gebieden: op lichamelijk gebied (bio), op mentaal gebied (psycho) en op het gebied van je omgeving (sociaal). Tijdens de behandeling wordt er gewerkt volgens het biopsychosociaal model.

  • Lichamelijke factoren: uw kind heeft bijvoorbeeld een gebroken been of de ziekte van Pfeiffer gehad.
  • Mentale factoren: uw kind is bijvoorbeeld erg perfectionistisch of gevoelig voor stress en gaat daardoor makkelijk over grenzen.
  • Omgevingsfactoren: als ouders brengt u uw kind naar school, dan kan voor uw kind steeds moeilijker worden om zelf naar school te gaan.

Deze factoren hebben invloed op elkaar en ze kunnen de klachten versterken of juist verminderen. Daarom bekijken we al deze factoren in samenhang met elkaar.

Multidisciplinair behandelteam

Bij de klachten spelen verschillende factoren een rol, die elkaar ook nog eens beïnvloeden. Dat is een ingewikkeld geheel. De multidisciplinaire behandeling (= samenwerking verschillende therapeuten) sluit hierbij aan; de problemen worden in samenhang beoordeeld, en de verschillende therapieën worden goed op elkaar afgestemd. Dit vergroot de kans op een succesvolle behandeling. Afhankelijk van de situatie zullen verschillende mensen bij je behandeling betrokken worden.


Behandeling
De behandeling richt zich erop dat uw kind weer grip krijgt op zijn eigen leven, zo mogelijk zonder klachten. Het leert waar grenzen liggen en hoe – ondanks de klachten – zijn leven weer opgebouwd kan worden en zelf keuzes gemaakt worden die goed zijn voor je herstel.

Actieve rol
De behandeling is gericht op de toekomst, op het vinden van mogelijkheden en op het vergroten van de kwaliteit van je leven. De behandelaars zijn deskundig op hun vakgebied en u en uw kind zijn deskundig op het gebied van je eigen lichaam, gezondheid en leven.

Wij bieden advies en behandeling, en we nodigen je uit om een actieve bijdrage te leveren aan je revalidatie. Je hebt zelf veel invloed op je behandeling.

Werken aan je doelen
Uw kind stelt samen met de behandelaars doelen op. Er wordt gewerkt aan de volgende revalidatiedoelen:

  • Stapsgewijs opbouwen van je activiteiten.
  • Meer durven bewegen door het doen van (lichte) bewegingsactiviteiten en sport zoals fietsen, zwemmen, fitness, skaten, gamen enzovoort.
  • Respecteren van je grenzen van belastbaarheid (leren luisteren naar jezelf, leren ‘nee’ te zeggen).
  • Veranderen van de gedachten en gedragingen die de klachten in stand houden.
  • Oppakken van normale dagbesteding; school, sport, etc.
  • Op tijd rust nemen.
  • De regie over het eigen leven en zelf oplossingen bedenken.

ouders_behandeling2

Veel vragen
De vragen van uw kind zijn uitgangspunt voor de behandeling. We noemen een aantal voorbeelden om een idee te geven:

  • Ik wil weer gewoon naar school kunnen net als mijn vrienden. Kunnen jullie mij daarmee helpen?
  • Ik wil in het weekend weer met mijn vriendinnen kunnen stappen. Kan dat?
  • Ik wil weer gewoon mee kunnen doen als ik met mijn ouders en broertje op vakantie ben. Hoe pak ik dat aan?
  • Ik wil weer drie keer per week sporten. Kan dat?
  • Ik wil graag een bijbaantje. Kan dat?
  • Ik wil de kappersopleiding gaan volgen, maar kan ik dat beroep later wel uitoefenen?

Wie is betrokken bij de behandeling?

Huisarts/kinderarts
De huis/kinderarts stelt de diagnose door andere aandoeningen uit te sluiten. Dat betekent dat de arts vaststelt dat er sprake is chronische pijn en niet iets anders. In de meeste gevallen is bloedonderzoek en aanvullend onderzoek nodig om andere aandoeningen uit te sluiten. Soms is het verwijzen naar andere specialisten zoals bijvoorbeeld een neuroloog of anesthesioloog nodig voor advies of medebehandeling. Indien de diagnose chronische pijn is gesteld, geeft de arts advies welke andere professionals betrokken moeten worden. De huis/kinderarts zal uw kind blijven vervolgen en zo nodig het behandelplan aanpassen. Het is van belang dat zowel ouder als kind het gevoel krijgen dat de klachten voldoende zijn uitgezocht alvorens de diagnose chronische pijn wordt gegeven.

Psycholoog
De psycholoog richt zich tijdens de behandeling op verschillende vlakken:

  • Inzichtelijk maken van de in stand houdende factoren voor de pijn.
  • Leren accepteren dat de klachten niet puur lichamelijk zijn.
  • Leren omgaan met de pijn. Indien uw kind het gevoel heeft helemaal geen invloed op de pijn te kunnen hebben, geeft dat een hulpeloos gevoel. Tijdens de behandeling wordt aandacht besteed aan de rol die jezelf kunt hebben om de pijn te verminderen.

Kinderfysiotherapeut
De kinderfysiotherapeut wordt ingeschakeld indien er sprake is van beperkingen in het algemeen dagelijks functioneren. Bijvoorbeeld: niet meer kunnen sporten, lopen, traplopen of staan op de voet. Middels een opbouwschema wordt uw kind gedoseerd weer blootgesteld aan deze moeilijke activiteit. Training gericht op aanleren van ontspanning.